Het gaat niet goed met het aantal broedvogels op het Europese platteland. Dat blijkt uit cijfers van het Europese monitoringssysteem. Sinds 1980 is het aantal broedparen met de helft gedaald. Vooral met de kievit, de leeuwerik en de grauwe gors gaat het erg slecht. De grootste achteruitgang vindt plaats in het westen van Europa, in de landen met de meest intensieve landbouw. De belangrijkste oorzaken zijn het verdwijnen van gewassen, heggen en graslanden en het gebruik van pesticiden en kunstmest.